Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

Algemene bepalingen over participatievoorzieningen [PW, IOAW, IOAZ]

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel

1.. De gemeente kan een voorziening weigeren als: a.. De inwoner die gebruikt maakt van de voorziening niet behoort tot de doelgroep; b.. De inwoner onvoldoende meewerkt aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c.. De inwoner een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d.. De voorziening naar het oordeel van de gemeente onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling; of e.. Er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2.. De gemeente kan een voorziening uit dit hoofdstuk beëindigen als: a.. De inwoner die gebruik maakt van een voorziening zich niet houdt aan de gemaakte afspraken die in het trajectplan zijn opgenomen of die in de wet staan. b.. De inwoner die gebruik maakt van een voorziening niet meer tot de doelgroep van de gemeente hoort. c.. De inwoner die gebruik maakt van een voorziening algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt. Uitgezonderd zijn voorzieningen die in de wet of deze verordening ook mogelijk zijn na het aanvaarden van werk. d.. Als de gemeente vindt dat de voorziening onvoldoende oplevert om snel aan het werk te gaan. e.. Als de gemeente vindt dat de voorziening niet meer geschikt is voor de inwoner die gebruik maakt van de voorziening. f.. De inwoner die gebruik maakt van een voorziening niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening of de wet worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.. De gemeente biedt de goedkoopst passende voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die binnen het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. De gemeente houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet. 4.. De gemeente kan op basis van een uitvoeringsbesluit één of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor één of meerdere voorzieningen. De gemeente moet dan wel nagaan welke alternatieve voorzieningen er beschikbaar zijn.

Rechtspraak bij dit artikel