**1..** De eigenaar/bewoner van een woning die krachtens artikel 14, derde lid onder a van de verordening een persoonsgebonden budget van minimaal € 10.000 voor een woningaanpassing heeft ontvangen, en die binnen een periode van vijf jaar na realisatie van de woningaanpassing, de woning gaat verlaten is gehouden om zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk een week vóór de datum van verhuizing, het college van B&W hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. Het verstrekte persoonsgebonden budget dient (deels) aan de gemeente te worden gerestitueerd.
**2..** Het te restitueren persoonsgebonden budget wordt als volgt berekend:
**•.** in geval van verhuizing in het eerste jaar na realisering van de aanpassing: 100% van het verschil tussen het verstrekte persoonsgebonden budget en € 10.000;
**•.** in geval van verhuizing in het tweede jaar na realisering van de aanpassing: 80% van het verschil tussen het verstrekte persoonsgebonden budget en € 10.000;
**•.** in geval van verhuizing in het derde jaar na realisering van de aanpassing: 60% van het verschil tussen het verstrekte persoonsgebonden budget en € 10.000;
**•.** in geval van verhuizing in het vierde jaar na realisering van de aanpassing: 40% van het verschil tussen het verstrekte persoonsgebonden budget en € 10.000;
**•.** in geval van verhuizing in het vijfde jaar na realisering van de aanpassing: 20% van het verschil tussen het verstrekte persoonsgebonden budget en € 10.000.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en voor zover het in alle redelijkheid mogelijk is (naar het oordeel van het college), kan de eigenaar/bewoner de aangebrachte woningaanpassing (deels) aan de gemeente retourneren (voor rekening van de eigenaar/bewoner) zodat geen restitutie van (een deel van) het verstrekte persoonsgebonden budget is verschuldigd.
Hoofdstuk 4
Artikel 11.
Terugbetaling bij woningaanpassing
Onderdeel van Nadere regels Wmo Voerendaal 2024