Het college verklaart in beginsel de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die niet past binnen het vastgestelde beleid en/of een eerder genomen raadsbesluit en betrekking heeft op een van de volgende ontwikkelingen:
De ontwikkeling van nieuwe woningen (zelfstandige en onzelfstandige), indien het minimaal de toevoeging van 10 wooneenheden betreft binnen de bebouwde kom of minimaal 2 wooneenheden buiten de bebouwde kom, m.u.v. woningsplitsing of het omzetten van (agrarische) bedrijfswoningen naar burgerwoningen.
De ontwikkeling van nieuwe bedrijven, indien het een oppervlakte betreft van minimaal 1.500 m2 of een bedrijf in milieucategorie 3.1 of hoger.
De ontwikkeling van nieuwe agrarische bedrijven, ongeacht de omvang.
De ontwikkeling van nieuwe maatschappelijke voorzieningen, indien het een oppervlakte van minimaal 500 m2 betreft.
De ontwikkeling van nieuwe recreatieve en horecavoorzieningen, indien het een oppervlakte van minimaal 500 m2 betreft.
De ontwikkeling van nieuwe detailhandel, indien het een oppervlakte van minimaal 500 m2 betreft.
Een antenne-installatie hoger dan 40 meter en reclamemasten hoger dan 15 meter.
Artikel 2.