De koper verplicht zich de op de verkochte grond te bouwen woning uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen en die woning met de daartoe behorende grond niet te vervreemden of aan derden in gebruik te geven, een en ander behoudens het vermelde in de hierna volgende leden en op straffe van een boete zoals bepaald in artikel 22.
Het college kunnen schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel. Zij kunnen aan de ontheffing nadere voorwaarden verbinden. De ontheffing wordt in ieder geval verleend in de volgende gevallen:
ontbinding van het huwelijk van Koper;
ontbinding van een bij de gemeente geregistreerd partnerschap of van een bij de notaris vastgelegde samenlevingsovereenkomst van Koper;
overlijden van Koper of diens echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner of degene met wie een samenlevingsovereenkomst bestaat;
verhuizing die noodzakelijk is als gevolg van de gezondheid van de Koper of een van de gezinsleden;
Koper of diens partner is verplicht te verhuizen gelet op zijn/haar beroep;
Het anti-speculatiebeding eindigt nadat de Koper de desbetreffende woning gedurende 3 achtereenvolgende jaren heeft bewoond. Als maatstaf geldt hierbij de datum waarop en de tijd welke de koper als bewoner op het desbetreffende adres in de Basisregistratie Personen bij de gemeente is ingeschreven.
Koper is verplicht om op het moment dat Koper de woning binnen deze termijn verkoopt en levert aan een ander, het anti-speculatiebeding door te leggen aan de nieuwe koper/eigenaar. Deze verplichting wordt daarom als een kettingbeding in de leveringsakte opgenomen. Wanneer Koper of zijn rechtsopvolger (nieuwe koper/eigenaar) deze verplichting niet doorlegt aan de nieuwe koper/eigenaar dan is hij een direct opeisbare boete aan Verkoper verschuldigd conform het bepaalde in artikel 22.
Hoofdstuk
Artikel 17