Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.4.

Artikel 16.

Beslissing op de aanvraag

Onderdeel van Huisvestingsverordening Barneveld 2024 – 2028

1.. Burgemeester en wethouders weigeren de aangevraagde urgentieverklaring indien: de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of artikel 3 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of de aanvrager gelet op het bepaalde in het tweede en derde lid niet voor de urgentieverklaring in aanmerking komt. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring weigeren indien naar hun oordeel: geen sprake is van een noodsituatie waarin het voor aanvrager noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen; de aanvrager in staat is of is geweest om zijn of haar woonprobleem zelf te voorkomen of op te lossen; het woonprobleem geheel of in overwegende mate is ontstaan als gevolg van verwijtbaar doen of nalaten door aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden; bij de aanvrager sprake is van huurschulden of het veroorzaken van woonoverlast; de aangevraagde urgentieverklaring onvoldoende geschikt is om het woonprobleem van aanvrager duurzaam op te lossen; het woonprobleem van aanvrager sneller of adequater kan worden opgelost door het betrekken van onzelfstandige woonruimte; of, het woonprobleem van aanvrager sneller of adequater kan worden opgelost dan door verlening van de aangevraagde urgentieverklaring. 3.. Voor een urgentieverklaring komen uitsluitend in aanmerking personen die behoren tot één of meer van de in paragraaf 2.5 bedoelde urgentiecategorieën. 4.. Ter voorbereiding op hun besluit op de aanvraag, kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen adviseur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel