1. Vergunningen die zijn verleend onder werking van de voorgaande
brandbeveiligings-verordeningen van en die van kracht zijn op het moment van
inwerkingtreding van deze verordening worden aangemerkt als vergunning
krachtens deze verordening.
2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
aanvraag om vergunning op grond van de brandbeveiligingsverordening van 2007
is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
toegepast.
3. Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om
vergunning krachtens de brandbeveiligingsverordening van 2007 wordt beslist
met toepassing van deze verordening.
4. Beleidsregels en (model)voorschriften vastgesteld krachtens de
brandbeveiligingsver-ordening van 2007 blijven van kracht voor de toepassing
van deze verordening.