Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot:
De uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 14, eerst lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in artikel 14, tweede lid.
De uitvoering van werkzaamheden op, aan, in, onder en bij een rijksmonument, waarvoor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet is vereist. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht, of een plicht tot het melden van handelingen.
Burgemeester en wethouders kunnen ter invulling van de beginselen zoals geformuleerd in artikel 5.130, tweede lid onder d van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de omgeving van een beschermd monument of rijksmonument. Deze regels kunnen mede inhouden een (vrijstelling van de) vergunningplicht, of een plicht tot het melden van handelingen.