Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

Onderdeel van Verordening bekostiging leerlingenvervoer Haarlem 2024

1.. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling (of de opstapplaats) en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 2.. Een vervoersvoorziening kan worden toegekend naar een andere (verder weggelegen) voor de leerling toegankelijke school, indien vervoer naar deze school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemt 3.. Ook voor het speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning (of de opstapplaats) en: de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school of speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of een andere speciale school of speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 4. . Als de aanvrager vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvraagt naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze alleen toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: aan het college is door de aanvrager aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; aan het college is door de aanvrager aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod; en er advies is uitgebracht door de aangewezen deskundige(n) van het samenwerkingsverband en is overleg gevoerd over het aanbod voor onderwijs bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen als bedoeld in artikel 5, derde lid, aanhef en onder b. 5. . Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de aanvrager de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk heeft gemeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel