Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Ondermandaat medewerkers

Onderdeel van Mandaatregeling Schiedam 2024

1.. De managers en teamleiders kunnen de aan hen gemandateerde bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan medewerkers van hun organisatie-eenheid, met uitzondering van de bevoegdheid tot: het nemen van besluiten over personele aangelegenheden; het afhandelen van formele klachten over medewerkers; het nemen van besluiten op grond van de Wet open overheid en de Wet hergebruik van overheidsinformatie; het nemen van handhavingsbesluiten; het aanwijzen van toezichthouders; het nemen van besluiten over bestuursrechtelijke geldschulden; het aansprakelijk stellen van derden wegens onrechtmatig handelen ten opzichte van de gemeente. 2.. Het verlenen van ondermandaat gebeurt schriftelijk en alleen met voorafgaande toestemming van de directeur. 3.. De bevoegdheid tot het aangaan van financiële verplichtingen mag alleen in ondermandaat worden verleend aan medewerkers met de functie van programmamanager, projectleider of procesmanager. Daarbij worden de maximumbedragen uit artikel 9, tweede lid, in acht genomen. 4.. In afwijking van het derde lid kan de directeur toestaan dat ondermandaat wordt verleend aan een medewerker met een andere functie, als dit nodig is voor een doelmatige uitoefening van bevoegdheden binnen een organisatie-eenheid. Daarbij geldt het maximumbedrag, genoemd in artikel 9, tweede lid, onder f. 5.. Verder ondermandaat door medewerkers is niet toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel