**1..** De inkomsten uit commerciële verhuur worden op de uitkering van belanghebbende in mindering gebracht onder aftrek van een forfaitair bedrag per maand voor de kosten die de verhuurder in verband met de verhuur maakt (kosten voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke), op grond van artikel 33 lid 4 van de wet.
**2..** De inkomsten van een of meerdere kostganger(s), worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van een forfaitair bedrag per maand voor de kosten die de kostgever in verband met het kostgeverschap maakt (kosten voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke alsmede kosten voor de maaltijden), op grond van artikel 33 lid 4 van de wet.
**3..** Voor de kosten (forfaitair bedrag) die de verhuurder maakt in verband met verhuur en kostgeverschap zoals aangegeven in het eerste en tweede lid dienen normbedragen uit het in het Vtlb rapport van de werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa m.b.t. het verhuurde en de maaltijden als uitgangspunt te worden genomen, ongerekend naar een bedrag per maand.
**4..** Het forfaitair bedrag als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt jaarlijks bijgesteld op basis van het meest recente Vtlb rapport, naar boven afgerond op hele euro’s
**5..** Heeft belanghebbende zowel inkomsten uit verhuur (minus het forfaitair bedrag genoemd in het eerste en tweede lid) als een verlaging op grond van de kostendelersnorm en zijn de inkomsten hoger dan de verlaging, dan wordt het verschil tussen inkomsten en verlaging in mindering gebracht op uitkering op grond van artikel 33, lid 4 Participatiewet.
Hoofdstuk 3
Artikel 6.