Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Plaats, tijdstip en wijze van betaald parkeren

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit betaald- en vergunningparkeren 2024

In dit artikel zijn opgenomen de plaatsen waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2, lid a van de Parkeerbelastingverordening mag worden geparkeerd. Op de hierna genoemde weggedeelten en terreinen, gelegen binnen de bebouwde kom, is het parkeren in gemarkeerde parkeervakken in de maanden januari tot en met december van maandag tot en met zondag van 11.00 uur tot en met 20.00 uur slechts tegen betaling toegestaan voor de onderstaande en door een parkeermeter of –automaat aangegeven tijdsduur: Gebied Maximale parkeerduur 1. Parkeerterrein Burg. Henssingel Onbeperkt 2. Daalhemerweg Onbeperkt 3. Neerhem Oost Onbeperkt 4. Aan de Polfermolen Onbeperkt 5. Spoorlaan Onbeperkt 6. Parkeerterrein Berkelplein Onbeperkt 7. Parkeerterrein Koningswinkelstraat I (zijde Broekhem) 120 minuten 8. Parkeerterrein Koningswinkelstraat II (zijde Koningshof) 120 minuten 9. Parkeerterrein Plenkertstraat I (tussen nummer 45 en 47A) Onbeperkt 10. Parkeerterrein Plenkerstraat II (tussen nummer 46 en 50) Onbeperkt 11. Parkeerterrein Walramplein Onbeperkt 12. Parkeerterrein Geulpark Onbeperkt 13. Parkeerterrein Odapark I (Pr. Bernhardlaan) Onbeperkt 14. Parkeeterrein Odapark II (Pr. Margrietlaan) Onbeperkt 15. Parkeerterrein Par’Course I (Geulzijde) Onbeperkt 16. Parkeerterrein Par’Course II (overzijde flat Statenlaan) Onbeperkt Op de hierna genoemde weggedeelten en terreinen, gelegen binnen de bebouwde kom, is het parkeren in gemarkeerde parkeervakken in de maanden januari tot en met december van maandag tot en met zondag van 00.00 uur tot en met 23.59 uur slechts tegen betaling toegestaan voor de onderstaande en door een parkeermeter of –automaat aangegeven tijdsduur: Gebied Maximale parkeerduur 1. Parkeerterrein Cauberg Onbeperkt De volgende regels worden vastgesteld voor het op aangifte voldoen van parkeerbelastingen: Ter zake van het betaald parkeren (in de gebieden genoemd in lid A en lid B) geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 of € 2,00 dan wel door middel van een pinpas op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de op, aan of bij de parkeerapparatuur gestelde voorschriften. Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn en/of het saldo op de gebruikte pinpas dient ten minste zo groot te zijn als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. Indien bij het betaald parkeren op straat - met uitzondering van het betaald parkeren op parkeerterreinen welke zijn voorzien van een slagboom - gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke na inwerkingstelling een parkeerkaartje afgeeft, dient dit parkeerkaartje met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht. Op de parkeerkaart worden tenminste de volgende gegevens vermeld: dag van de parkeerhandeling, alsmede het tijdstip van afloop van de betaalde parkeertijd; het betaalde bedrag; het doorlopende nummer van de parkeerkaart; de parkeerlocatie; de verplichting genoemd onder lid 3. Een uit een parkeerautomaat verkregen parkeerkaart geldt uitsluitend als bewijs van betaling van de verschuldigde parkeerbelasting indien deze kaart is verkregen uit de parkeerautomaat die behoort bij de gebruikte parkeerplaatsen, danwel een parkeerautomaat die behoort tot een parkeerplaats binnen de gemeente Valkenburg aan de Geul waarop exact dezelfde regeling van toepassing is. In afwijking van het bepaalde onder C.1 kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het inloggen op de centrale computer. Hiertoe dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij een in gemeente Valkenburg aan de Geul actieve serviceprovider. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode en/of een kenteken (ook digitale bezoekersregeling) door te geven (aan- en af te melden) aan/bij de serviceprovider. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden van de serviceprovider in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 7 van de Parkeerbelastingverordening en geldt de betalingstermijn zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 8 van de Parkeerbelastingverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel