1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaar – of vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3;
b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3;
c. mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op:
1. 2,3, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2. 2,5, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
3. 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4. 2,1, indien sprake is van een maandarrangement.
2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt:
a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 53,4;
b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 51,7;
c. in geval van het eerste lid, sub d [moet zijn: eerste lid, sub c], bepaald op:
1. 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
3. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4. 13, indien sprake is van een maandarrangement.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting 2024