Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Eigen bijdragen en eigen aandeel

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Stein 2010

1.. Bij het verstrekken van individuele voorzieningen is een ondersteuningsbehoevende, een eigen bijdrage verschuldigd of wordt de financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen van de ondersteuningsbehoevende en zijn echtgenoot, met uitzondering van de rolstoel en sportrolstoel. 2.. Het fiscaal partnerschap wordt door zowel de gemeente voor de berekening van het eigen aandeel alsmede door het CAK voor de berekening van de eigen bijdragen gelijkwaardig aangemerkt als de burgerlijke staat “gehuwd”, ongeacht seksuele voorkeur of vorm van het gezamenlijk huishouden. 3.. Indien een voorziening bestaat uit het verschaffen in eigendom van een roerende zaak danwel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die in eigendom is van de aanvrager, wordt gedurende een periode van 39 maal vier weken een eigen bijdrage in rekening gebracht, danwel bij de vaststelling van de hoogte van de financiële tegemoetkoming een met toepassing van het in lid 4 vastgesteld bedrag in mindering gebracht (eigen aandeel). 4.. De eigen bijdrage of het eigen aandeel mag niet meer bedragen dan de kostprijs. 5.. De omvang van de eigen bijdrage en eigen aandeel in de kosten van de individuele voorziening wordt voor de volgende personen als volgt vastgesteld: 1. Voor de ongehuwde persoon jonger dan 65 jaar € 17,20 per vier weken, met dien verstandedat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 21.703,- het bedrag van € 17,20 wordt verhoogdmet een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 21.703,- 2.Voor de ongehuwde persoon van 65 jaar of ouder € 17,20 per vier weken, met dien verstande dat indien zijn inkomen meer bedraagt dan € 14.812,- het bedrag van € 17,20 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 14.812,-; 3.Voor de gehuwde personen indien een van beiden jonger is dan 65 jaar of beiden jonger zijn dan 65 jaar € 24,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 26.535,- het bedrag van € 24,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 26.535,-; 4.Voor de gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn € 24,60 per vier weken, met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 20.431,- het bedrag van  € 24,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 20.431,-. [Staatsblad 2006 nr. 450] 6.. De bedragen genoemd in lid 5 worden jaarlijks automatisch conform de aanpassingen in artikel 4.1 lid 1 Besluit maatschappelijke ondersteuning aangepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel