De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die één of meerdere strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen heeft verricht als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht welke bestraft worden met een geldboete van de tweede categorie of als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening, een bevel geven zich gedurende ten hoogste zeven dagen niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden na tenminste één maal te zijn gewaarschuwd door de politie. De genoemde waarschuwingstermijn bedraagt ten hoogste één jaar.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die één of meerdere strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen heeft verricht als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht welke bestraft worden met een geldboete van de derde of vierde categorie, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, als bedoeld in enig artikel uit de Wet wapens en munitie of als bedoeld in artikel 3:19 van de Algemene Plaatselijke Verordening, zonder een voorafgaande waarschuwing een bevel geven zich gedurende ten hoogste zes maanden niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
In afwijking van het eerste en tweede lid kan de burgemeester bepalen dat het bevel, om zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden, alleen betrekking heeft op het tijdsvlak vrijdag 22:00 tot en met zaterdag 04:00 en zaterdag 22:00 tot en met zondag 04:00, voor een maximale duur van zes maanden. Het hiervoor bedoelde bevel kan worden opgelegd wanneer een persoon binnen dit tijdsvlak de in het eerste of tweede lid bedoelde overtredingen heeft gepleegd.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan diegene aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste of tweede lid is gegeven en ten aanzien van wie binnen twaalf maanden na het geven van dit bevel wordt geconstateerd dat hij zich opnieuw gedraagt in strijd met de in het eerste of tweede lid bedoelde gedragingen een bevel geven zich voor een tijdvak van ten hoogste twaalf weken niet te bevinden op de in dat bevel aangewezen plaats of gebied, waar of in de nabijheid waarvan, de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad. In het geval de burgemeester de bevoegdheid uit lid drie heeft toegepast kan de periode maximaal worden verlengd met twaalf maanden.
De burgemeester beperkt de in het eerste, tweede, derde en vierde lid genoemde bevelen, als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2:78
Gebiedsontzegging
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Eersel 2024