Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 11.

Algemene criteria maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2024

1.. Het college neemt het verslag, indien aanwezig, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening 2.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: indien cliënt aanspraak maakt of kan maken op een voorziening op grond van een andere wet, of indien cliënt met gebruik van eigen kracht, gebruikelijke hulp, sociaal netwerk of algemene voorzieningen voldoende kan worden gecompenseerd; indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd, terwijl hij redelijkerwijs kon weten dat een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet te verwachten was, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan inwoner al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. 3.. Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als: deze langdurig (langer dan zes maanden) noodzakelijk is, tenzij het gaat om een cliënt met een korte levensverwachting, in welk geval per definitie geacht wordt sprake te zijn van een langdurige noodzaak; de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 4.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kiest het college de best passende oplossing. De prijs van de leverancier die hierbij de goedkoopst adequate voorziening kan leveren is doorslaggevend. 5.. De hoofdregel is dat de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening gelijk is aan de datum van de aanvraag. Hiervan kan worden afgeweken: als in de periode tussen de melddatum en de datum besluit voor het college de noodzaak is gebleken om de maatwerkvoorziening eerder toe te kennen; als voor de datum van melding door de cliënt een voorziening is getroffen en achteraf door het college de noodzaak nog kan worden vastgesteld om eerder toe te kennen. In geval van bijzondere omstandigheden kan eerder of later toegekend worden. 6.. Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd als een cliënt de voorziening zelf al heeft aangeschaft voor de datum van de melding. 7.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte of vergoede voorziening de normale afschrijvingstermijn verstreken heeft tenzij: de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel