Een cliënt kan in aanmerking komen indien hij door zijn beperkingen onvoldoende zelfredzaam of in staat tot participatie is en de cliënt hierdoor beperkingen ervaart op het gebied van:
de sociale redzaamheid;
het bewegen en verplaatsen;
het psychisch functioneren;
het geheugen en de oriëntatie;
het vertonen van probleemgedrag.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 17.
Specifieke criteria begeleiding
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2024