Een voorziening ten behoeve van de maatschappelijke ondersteuning kan in ieder geval betrekking hebben op:
het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden;
het zich kunnen verplaatsen in en om de woning;
het kunnen wonen in een geschikt huis;
het zich lokaal kunnen verplaatsen;
het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
het hebben van contacten met medemensen en deelnemen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten;
het kunnen uitvoeren van algemeen dagelijkse levensverrichtingen;
kortdurend verblijf en
beschermd wonen en opvang.