**1..** a. De belasting bedoeld in artikel 5 lid 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij
de aanvang van de belastingplicht.
b. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting
verschuldigd voor het gedeelte van het jaar dat na de aanvang van de belastingplicht, nog
overblijft.
c. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor het gedeelte van dat jaar dat men niet meer belastingplichtig is.
d. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige, die middels een aanslagbiljet
op zijn/haar naam reeds is aangeslagen voor het betreffende belastingjaar, binnen de gemeente
verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
**2..** a. Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing plaatsvindt door middel van de afrekennota
van de waterleidingmaatschappij de verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige
voor het desbetreffende eigendom geldt,
b. In geval de rioolheffing niet wordt vermeld op de eindafrekening, is het belastingtijdvak gelijk aan het
kalenderjaar.