Naar hoofdinhoud
1. Het subsidiebedrag per uur bedraagt voor de peuteropvang € 10,26 en voor de VVE € 13,45. Daarnaast biedt het college een bedrag van € 425,- per VVE-kind dat op 1 januari stond ingeschreven voor de pedagogisch beleidsmedewerker. Deze bedragen zijn bedoeld voor alle directe en indirecte kosten die verbonden zijn met het aanbieden van peuteropvang en VVE. 2. Het college kan na aanvraag een subsidiebedrag van €20.000 euro ter preventie van het Jonge Kind beschikbaar stellen. In het beleidsdocument ‘Opvang voor alle Peuters’ is dit verder toegelicht. 3. Het college indexeert de in lid 1 genoemde bedragen jaarlijks op 1 januari. De eerste indexatie vindt plaats voor subsidiejaar 2025. 4. Het college berekent de maximale subsidie per peuter en doelgroeppeuter per jaar als volgt: a. voor peuters zonder doelgroepindicatie maximaal 8 uur per week maal 40 weken maal het in lid 1 genoemde bedrag voor peuteropvang per uur minus de ouderbijdrage conform adviestabel VNG ouderbijdrage peuteropvang; b. voor doelgroeppeuters zoals bedoeld in artikel 6: het college subsidieert voor doelgroeppeuters van ouders maximaal 16 uur per week maal 40 weken maal het subsidiebedrag voor VVE zoals genoemd in lid 1 minus de ouderbijdrage voor de eerste 8 uur per week conform adviestabel VNG ouderbijdrage peuteropvang. 5. Het college stelt het subsidiebedrag, na afloop van de subsidieperiode volgens de gegevens uit het eindrapport van de houder, vast. De vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal geleverde uren peuteropvang en het werkelijke aantal bezette VVE-peuterplekken in het subsidiejaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel