1. De aanbieder die subsidie voor peuteropvang ontvangt:
a.verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten;
b.int de ouderbijdrage;
c.stimuleert de brede ontwikkeling van peuters;
d.maakt gebruik maken van een op de peuterleeftijd aangepast programma of methodiek;
e.draagt zorg voor een aanbod van peuteropvang in horizontale groepen (2-4 jarigen);
f.het aanbod van peuteropvang aan een peuter zonder recht op kinderopvangtoeslag, bedraagt maximaal 640 uur over een periode van twee jaar, waarbij het aanbod per week verdeeld is over twee momenten van 4 uur per dag.
2. De aanbieder die subsidie voor voorschoolse educatie ontvangt:
a. verleent alle medewerking aan onderzoeken door de GGD in het kader van controle aan wettelijke vereisten;
b. int de ouderbijdrage;
c. neemt actief deel aan overleg over VE-peuteropvang in het kader van doorlopende leerlijn 0-13 jaar en voert voorschoolse activiteiten uit gericht op het zorgen voor samenhang in de voorschoolse educatie en het zo goed mogelijk bereiken van de doelgroep;
d. zorgt voor een goede overdracht van peuters naar het onderwijs, die aansluit bij de afspraken, die daarover tussen college, aanbieders en onderwijs zijn vastgelegd en worden vastgelegd in de subsidiebeschikking;
e. levert jaarlijks de gevraagde informatie voor monitoring van voorschoolse educatie en peuteropvang door de gemeente;
f. verleent doelgroepkinderen, zoveel als mogelijk, voorrang bij de plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, wanneer er een wachtlijst is;
g. het aanbod van voorschoolse educatie aan een VE-peuter bedraagt minimaal 1280 uur over een periode van 2 jaar, waarbij het aanbod maximaal 6 uur aaneengesloten per dag is.
Artikel 1
Artikel 11
Aanvullende verplichtingen voorschoolse educatie en peuteropvang
Onderdeel van Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie gemeente Beuningen 2026