De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald door de hoogte van de kosten en de aanwezige draagkracht.
In aanmerking te nemen middelen voor draagkracht
Inkomen
Het inkomen wordt op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand, conform de artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet. Van het in aanmerking te nemen inkomen worden de middelen genoemd in artikel 31 lid 2 van de Participatiewet niet tot het draagkrachtinkomen van de belanghebbende gerekend, met uitzondering van de huurtoeslag indien de aanvraag bijzondere bijstand betrekking heeft op de woonkosten.
Peildatum draagkrachtinkomen
Uitgangspunt is het periodieke inkomen over de maand direct voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag wordt gedaan. Wanneer de inkomsten maandelijkse wisselen wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de afgelopen zes maanden direct voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag wordt gedaan. Het (periodieke) inkomen wordt omgerekend naar een netto jaarinkomen.
Vermogen
De vermogensgrens wordt voor de bijzondere bijstand afwijkend vastgesteld. De vermogensgrens bedraagt 50% van de toepasselijke vermogensgrens uit artikel 34 Participatiewet plus eenmaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Gespaard vermogen tijdens de bijstand wordt niet vrijgelaten. Middelen die door de aanvrager zijn ontvangen via compensatieregelingen (bijvoorbeeld in verband met de Toeslagenaffaire) worden wel vrijgelaten. In de woning gebonden vermogen voor zover dit minder bedraagt dan vastgestelde norm wordt vrijgelaten.
Draagkrachtpercentages
De draagkrachtberekening bestaat uit twee onderdelen. Draagkracht in vermogen en draagkracht in inkomen.
Draagkrachtpercentage naar vermogen
Al het vermogen boven 50% van de geldende vermogensgrens plus eenmaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt voor 100% in aanmerking genomen. Vermogen dat is gespaard tijdens de bijstand wordt niet vrijgelaten. Dit geldt voor alle kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, alsmede voor de minimaregelingen, behalve voor de individuele inkomenstoeslag. De vermogensgrens voor de individuele inkomenstoeslag is geregeld in artikel 36 Participatiewet. Van het saldo op de lopende rekening wordt niet maximaal eenmaal de toepasselijke bijstandsnorm in mindering gebracht.
Draagkrachtpercentage naar inkomen
Als het netto inkomen inclusief vakantietoeslag:
lager is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm (incl. de kostendelersnorm) incl. vakantietoeslag, dan is er geen draagkracht;
hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm (incl. de kostendelersnorm) incl. vakantietoeslag dan is de draagkracht 50% van het inkomen dat boven de grens van 130% uitkomt.
Kostensoorten afwijkend draagkrachtregime
Wanneer het een aanvraag betreft voor kosten die naar hun aard behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan of als er sprake is van een aanvraag voor de kosten van bewindvoering, mentorschap en curatele, dan geldt het afwijkend draagkrachtregime als bedoeld onder d. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende kostensoorten:
aanschaf van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen en woninginrichting;
woonkostentoeslag, woonkosten die niet uit de norm kunnen worden betaald.
aanvullende bijstand voor jongeren van 18 tot 21 jaar die noodzakelijkerwijs zelfstandig wonen.
Afwijkend draagkrachtregime
Als het inkomen incl. vakantietoeslag hoger is dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm incl. vakantietoeslag (incl. de kostendelersnorm) dan wordt al het meerdere inkomen dat boven deze grens uitkomt voor 100% in aanmerking genomen als draagkracht.
Traject schuldsanering in kader WSNP
Wanneer iemand in een traject voor schuldsanering zit in het kader van de Wet Schuldsanering natuurlijke personen wordt alleen het inkomen waarover men daadwerkelijk kan beschikken tot het inkomen gerekend. Hetzelfde geldt voor personen die in een minnelijk traject bij een schulddienstverlener via de gemeente zitten of loonbeslag hebben. Hierbij is het noodzakelijk dat men een vrij te laten bedrag berekening, opgesteld door de schulddienstverlener, overlegt als bewijsstuk.
Toepassing kostendelernorm
De kostendelersnorm, zoals bedoeld artikel 22a van de wet, is altijd van toepassing bij de vaststelling van de draagkracht.
Draagkrachtperiode
Draagkrachtperiode
De draagkrachtperiode is de periode waarover de draagkracht word berekend. De draagkrachtperiode is een periode van twaalf maanden die start op de eerste dag van de maand waarin een nieuwe aanvraag is ontvangen en is dus niet per definitie een kalenderjaar.
Aanvraag met terugwerkende kracht
Wanneer er sprake is van terugwerkende kracht bij een aanvraag bijzondere bijstand gaat de draagkrachtperiode in op de eerste van de maand waarin de kosten zijn opgekomen. Dit betekent dat in een situatie waarin de kosten binnen twee maanden voor de aanvraag (of langer) zijn opgekomen, de draagkrachtperiode ook vanaf dat moment dient in te gaan.
Toekenningsperiode
De draagkracht wordt in principe voor een heel jaar vastgesteld.
Indien gewenst kan voor bepaalde groepen (bijvoorbeeld personen met een bijstandsuitkering) de bijzondere bijstand voor een langere periode worden toegekend en wordt dus ook het draagkrachtjaar voor een langere periode vastgesteld.
Wijziging draagkracht tijdens draagkrachtperiode
In het belang van de rechtszekerheid en de uitvoeringspraktijk geldt als uitgangspunt dat de draagkracht binnen de vastgestelde draagkrachtperiode in principe voor die periode definitief is. Met andere woorden: een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt niet meer aangepast. Tenzij door de wijziging in de draagkracht er niet langer recht bestaat op bijzondere bijstand. Als het inkomen lager wordt, kan dit wel reden zijn om de draagkracht aan te passen. Dit op verzoek van de aanvrager.