Indien na het verzenden van de in artikel 5, eerste lid, genoemde kennisgeving aannemelijk wordt gemaakt dat het belastbare feit zich slechts gedurende een gedeelte van het voor de berekening van de rechten in aanmerking genomen heffingstijdvak van een kalenderjaar, -halfjaar of kalenderkwartaal voordoet, heeft voorgedaan of zal voordoen, doordat:
de belastingplichtige in de loop van het heffingstijdvak overlijdt;
de terbeschikkingstelling van de standplaats in de loop van het heffingstijdvak door schriftelijke opzegging door de belastingplichtige dan wel door de gemeente is beëindigd;
de belastingplichtige ten gevolge van ziekte gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 10 weken een ter beschikking gestelde standplaats niet heeft kunnen innemen en deze evenmin door een derde op grond van een vervangvergunning heeft laten innemen;
wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet teruggaaf verleend met inachtneming van het in de volgende leden gestelde.
Het terug te geven bedrag wordt berekend aan de hand van de formule T= (P x D)/A waarin: T is het terug te geven bedrag; P is het over de desbetreffende periode verschuldigde bedrag; D is het aantal marktdagen waarop de standplaats niet is ingenomen door de belastingplichtige of door een ander op grond van een vervangvergunning, A is het aantal marktdagen in de desbetreffende periode.
Geen teruggaaf wordt verleend indien:
de belastingplichtige de standplaats door een ander op grond van een vervangvergunning laat innemen, heeft laten innemen of zal kunnen laten innemen.
het te restitueren bedrag minder bedraagt dan € 25,00.