Bij een hulpvraag maakt de gemeentelijke toegang een inschatting of de benodigde hulp als bovengebruikelijk kan worden aangemerkt. De richtlijnen voor gebruikelijke hulp zijn opgenomen in bijlage 1. Aan de hand van de richtlijnen gebruikelijke hulp kan bepaald worden welke hulp als bovengebruikelijk aangemerkt kan worden.
Als er sprake is van bovengebruikelijke hulp kan er een voorziening jeugdhulp worden ingezet indien:
de draagkracht van het gezinsfunctioneren aantoonbaar wordt overschreden;
het gezin niet in staat is de juiste hulp te organiseren.
Er is sprake van bovengebruikelijke hulp in het geval van een beperking waardoor de noodzakelijke hulp en ondersteuning (in vergelijking tot kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel) structureel wordt overschreden.