Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2023 e.v.

Een pgb kan een geschikt instrument zijn voor de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) om zijn leven naar eigen wensen en behoeften in te vullen. Het is een verstrekkingsvorm die alleen geschikt is voor mensen die zelf de regie over hun leven kunnen voeren. Het college vindt het van belang dat mensen eigen regie over hun leven kunnen voeren en dat zij, indien zij dit wensen, hiervoor een PGB inzetten. Het college verstrekt een PGB in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. Bij een PGB voor diensten zijn de bedragen vastgelegd in de Verordening Sociaal Domein. Indien er sprake is van ondersteuning door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk en die persoon is tevens de vertegenwoordiger van de cliënt bij het uitoefenen van de aan een pgb verbonden taken, zal nadrukkelijk worden onderzocht of er geen sprake is van belangenverstrengeling. De pgb beheerder moet op een neutrale manier toezicht kunnen houden op de levering van de met het pgb ingekochte diensten. In het geval van behandeling of begeleiding waarvoor deskundigheid en of een vakdiploma is vereist kan er geen sprake van zijn dat de uitvoerder van het pgb en de beheerder van het pgb dezelfde zijn. Dit kan wel wanneer het gaat om feitelijke handelingen, zoals bij het leveren van bovengebruikelijke zorg. Het pgb is immers geen inkomensondersteuning, maar is er in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend is. Jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder hoger is dan het door het college voorgestelde aanbod. Het college kan het pgb voor een individuele voorziening toekennen ter hoogte van het bedrag van de goedkoopst adequate voorziening in natura.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel