Het maatwerk in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt als de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) dit gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld plan (artikel 10 lid 4 Verordening) vraagt. Uit het pgb-plan dat een de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) opstelt, moet tenminste blijken:
waarom de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) een pgb wil (motivering waarom het gecontracteerd aanbod niet toereikend is);
hoe de jeugdhulp veilig, doeltreffend en klantgericht wordt ingericht (kwaliteit);
van wie hij de jeugdhulp wil inkopen (professionals of mensen uit het eigen netwerk);
hoe de cliënt de achtervang bij vakantie en ziekte regelt (bij inzet sociaal netwerk);
Wie toeziet op de geleverde zorg en het verantwoord besteden van het budget.
Het pgb-plan maakt de kwalitatieve verantwoording van het pgb inzichtelijk, als concreet vastgelegd is bij wie er zorg ingekocht gaat worden. Door het opstellen van een pgb-plan wordt de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) gestimuleerd na te denken over zijn zorgvraag, deze uit te werken en te concretiseren, en tevens het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg te evalueren.