Het college bepaalt de definitieve locatie van de oplaadpaal/-infrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en). Het college toetst hierbij aan de volgende criteria:
de behoefte aan de oplaadinfrastructuur blijkt uit de behoefte van de potentiële gebruikers van de aangevraagde locatie;
indien een oplaadpaal/-infrastructuur wordt geplaatst binnen een straal van 250 meter rond een bestaande oplaadpaal/-infrastructuur, wordt aantoonbaar gemaakt dat dit vanwege de grote behoefte bij gebruikers noodzakelijk is; als een paal meer dan 450 kWh per maand in 3 van de 4 afgelopen maanden heeft verbruikt is dat aanleiding om bij te plaatsen.
de oplaadpaal/-infrastructuur wordt geplaatst op een ondergrond die in eigendom en beheer is van de gemeente Heumen;
de locatie is voldoende vindbaar en zichtbaar.
de locatie maakt het gebruik door meerdere gebruikers mogelijk en impliceert niet dat de paal tot het eigendom van een individuele gebruiker behoort;
de oplaadpaal/-infrastructuur beschikt over twee of meer aansluitpunten, waardoor – eventueel op termijn – twee of meer parkeerplaatsen worden bediend;
de locatie betreft een bestaand parkeervak of bestaande parkeervakken;
de doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) blijft gewaarborgd;
de oplaadpaal/-infrastructuur wordt aangesloten op het hoofdstroomnetwerk;
In beginsel wordt bij de nieuw te realiseren oplaadpaal/-infrastructuur één parkeerplaats aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen. Indien is aangetoond of onderbouwd dat het (verwachte) gebruik dit toelaat, reserveert het college meerdere parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen. Als het tweede parkeervak niet direct wordt bebord, wordt het tweede parkeervak uiterlijk geëffectueerd/bebord, bij een jaarlijks verbruik van minimaal 1.750 kWh per Laadpaal.
Artikel 3.
Plaatsing en beheer oplaadpaal/-infrastructuur
Onderdeel van Beleidsregel plaatsing laadinfrastructuur gemeente Heumen 2024