Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet een aanslag als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze verordening of een voorlopige aanslag als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze verordening worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de (voorlopige) aanslagen zijn geheven van natuurlijke personen en de verschuldigde bedragen door middel van een automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de (voorlopige) aanslagen moeten worden betaald in 7 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de (voorlopige) aanslagen zijn geheven van niet-natuurlijke personen en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde (voorlopige) aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één (voorlopige) aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,---, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de (voorlopige) aanslagen moeten worden betaald in 7 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel