**1..** In de volgende situaties zijn de bepalingen uit deze verordening niet van toepassing:
Indien er voor 1 januari 2024 afspraken privaatrechtelijk zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst over het (woning)bouwprogramma van een Bouwplan;
Indien er voor 1 januari 2024 een ontvankelijke bouwaanvraag voor en Bouwplan is ingediend;
Indien er voor 1 januari 2024 een formeel raads- of collegebesluit over het (woning)bouwprogramma heeft plaatsgevonden;
Indien er na 1 januari 2024 en voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend;
Indien er na 1 januari 2024 en voor de inwerkingtreding van deze verordening sprake is van een positief besluit op een principeverzoek;
Indien er na 1 januari 2024 en voor de inwerkingtreding van deze verordening sprake is van privaatrechtelijke afspraken met de gemeente zoals bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst of een intentieovereenkomst;
Indien op basis van de vorige woonvisie geen sociale koopwoningen worden gerealiseerd doch wel ten minste 30% van het aantal te realiseren woningen uit sociale huurwoningen bestaat, dan zal in afwijking van het gestelde in artikel 5 lid 1 de instandhoudingstermijn van maximaal 5% van het aantal te realiseren woningen, voor zover het betreft de sociale huurwoningen, ten minste 20 jaar bedragen. Voor de overige 25% (minimaal) te realiseren sociale huurwoningen blijft de instandhoudingstermijn overeenkomstig artikel 5 lid 1 ten minste 30 jaar.
In deze situaties gelden de afspraken zoals met de gemeente zijn overeengekomen.