Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 2.2

Artikel 9

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening beheer woningvoorraad Noordwijk 2024

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan worden geweigerd als: het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die worden verhuurd of die laatstelijk verhuurd zijn geweest; het gebouw of gedeelte van een gebouw, voor zover dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een omgevingsplan of omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet of met enig wettelijk voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen; niet gewaarborgd is dat die woonruimte(en) na de voorgenomen splitsing bestemd blijft of blijven voor verhuur ter bewoning; het belang dat de aanvrager heeft bij splitsing niet opweegt tegen het belang van behoud en samenstelling van de woonruimtevoorraad en het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand. 2.. Het college weigert eveneens een splitsingsvergunning indien: de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen de splitsing verzet en de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven. 3.. Van gebreken als bedoeld in het tweede lid is in ieder geval sprake indien: een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is genomen of is aangeschreven ingevolge de artikelen 13 of 13a van de Woningwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel