Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 16.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Het Hogeland 2024

Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: wanneer de gevraagde maatwerkvoorziening een (mogelijk) anti-revaliderende werking heeft; wanneer voor de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; als de cliënt de gevraagde voorziening vóór de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; als een eerder door het college verstrekte voorziening nog niet is afgeschreven volgens het afschrijvingsschema zoals bedoeld in artikel 12 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Het Hogeland, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen: tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. als deze voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande beperkingen, die geen verband houden met de overgang naar een volgende levensfase. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt: als deze niet langdurig noodzakelijk is, behoudens hulp bij het huishouden, kortdurend verblijf en Publiek Vervoer (Wmo-deel). indien de cliënt geen ingezetene is van, of zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Het Hogeland. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; indien de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; indien cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen, tenzij er sprake is van co-ouderschap; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van complexen bedoeld voor de doelgroep betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing; voor zover de woning valt onder de versterkingsopgave of waarvoor een versterkingsadvies geldt, versterkt wordt en deze versterking relatie heeft met de aanpassingen. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. Onder directe woon- en leefomgeving wordt verstaan, een afstand van 25 kilometer rondom het woonadres.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel