Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolaansluitrechten 2024

1.. Onder de naam eenmalig rioolaansluitrecht wordt een recht geheven ter zake van het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als omschreven in het tweede lid. 2.. Onder een in het eerste lid bedoelde dienst wordt verstaan: het aanleggen of wijzigen van een aansluiting, bestaande uit een buisleiding met eventueel een pompunit, van het aansluitpunt op de perceelsgrens van het aan te sluiten eigendom naar de gemeentelijke riolering en/of; het aanleggen of wijzigen van een voorziening om regenwater oppervlakkig op de openbare ruimte te lozen en/of; het verwijderen van een aansluiting en het opnieuw tot stand brengen van een aansluiting en/of; het vestigen van zakelijk recht indien een buisleiding en/of voorziening van de gemeente op particuliere grond aangelegd moet worden en/of; het plaatsen of wijzigen van een IBA; 3.. Het recht wordt geheven van degene, die de dienst als bedoeld in het tweede lid aanvraagt en op het tijdstip van aansluiting het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het aan te sluiten eigendom; 4.. Als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt degene die op het tijdstip van aansluiting als zodanig bij het Kadaster bekend staat, tenzij aannemelijk wordt gemaakt, dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens bezit, eigendom of beperkt recht was. 5.. Indien een voorziening zoals bedoeld onder artikel 2, lid 2b, wordt aangelegd, dient de genothebbende zelf zorg te dragen voor de aanleg van de benodigde bladvangers in de regenpijpen van het eigendom.

Rechtspraak bij dit artikel