Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders objecten of gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde en cultuurhistorische ensembles zoals aangeduid op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart, te wijzigen, te beschadigen of te verstoren als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Het verbod in lid 1 is niet van toepassing:
voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend;
de uitvoering van normaal onderhoud is en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt.
Burgemeester en wethouders vraagt advies aan een gemeentelijke adviescommissie, zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Eersel, als een vergunning wordt gevraagd in objecten of gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde en cultuurhistorische ensembles zoals aangeduid op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels aan de omgevingsvergunning stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden. Ook kan het nadere gegevens van de aanvrager verlangen, waaronder de resultaten van een bouwhistorisch onderzoek, een cultuurhistorische analyse of een werkomschrijving/bestek van de werkzaamheden. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
De gevraagde omgevingsvergunning kan worden geweigerd, indien de cultuurhistorische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van burgemeester en wethouders behouden dienen te blijven.
Paragraaf 8.
Artikel 25
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Eersel 2024