**1..** De aflossingscapaciteit is afhankelijk van het inkomen en bij een fraudevordering ook afhankelijk van het vermogen van belanghebbende:
Voor de aflossingsverplichting wordt aangesloten bij de afloscapaciteit die genoemd wordt in de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet;
bij debiteuren met een inkomen hoger dan de bijstandsnorm, wordt 50 procent van het inkomen boven de beslagvrije voet aangemerkt als afloscapaciteit;
wanneer het teruggevorderde bedrag hoger is dan 5.000 euro, dan dient belanghebbende het aanwezige vermogen boven één keer de geldende bijstandsnorm, zoveel als mogelijk aan te spreken om de vordering versneld af te lossen.
**2..** In afwijking van lid 1 kan belanghebbende verzoeken de vordering met een lager bedrag af te lossen, mits de vordering hiermee binnen 36 maanden zal zijn afgelost en minimaal 50 euro per maand wordt betaald.
Hoofdstuk 2
Artikel 8
- Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Ouder-Amstel 2020