In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid;
gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid;
gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
karakteristiek pand of zaak: onroerende goederen en zaken, geen monument zijnde,
die van algemeen cultuurhistorisch belang zijn en op grond van artikel 12A en 25 van deze
verordening als beschermd karakteristiek pand of zaak;
minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht;
het college: het college van burgemeester en wethouders.