Naar hoofdinhoud

Artikel 3

- Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; Van degene, beneden de leeftijd van 15 jaar, die om sociaal-medische reden verblijf houden alsmede hun begeleiders. door degene die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen en hulpbehoevenden of van ouden van dagen; kano’s, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijk watergebied bevindt; als het verblijf een schoolreis en/of werkweek betreft, georganiseerd door een van overheidswege erkende onderwijsinstelling. van degene die werkzaam is binnen het grondgebied van de gemeente Hollands Kroon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel