**1..** De rector stelt jaarlijks een verslag op over het afgelopen schooljaar en zendt dit voor 1 december aan het bevoegd gezag (in drievoud), de inspecteur, de docenten, de leden van het onderwijsondersteunend personeel, de leden van de medezeggenschapsraad, de ouderraad en de leerlingenraad.
**2..** Het verslag bevat informatie die van belang is voor de evaluatie van:
het materiële beleid;
het personeelsbeleid; en
het onderwijskundige beleid van de school.
**3..** Het verslag beschrijft onder meer de schoolloopbaan van de cohorten leerlingen die instroomden in het eerste leerjaar, in 4 h.a.v.o. en in 5 v.w.o. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de schoolloopbaan van jongens en die van meisjes. Ook gegevens over de schoolloopbaan van andere groepen worden zo nodig apart vermeld. Per cohort wordt naast de door- en uitstroom per groep ook de vakkeuze per groep vermeld per leerjaar en per schoolsoort en ten aanzien van degenen die uitstromen, zo mogelijk het type vervolgonderwijs. De jaarlijkse teldatum is 1 september c.q. 1 oktober van het schooljaar dat volgt op het jaar waarover verslag wordt uitgebracht.
**4..** Indien het onderwijs in het betrokken schooljaar afweek van wat daarover in het schoolwerkplan werd vastgelegd, worden deze afwijkingen in het verslag vermeld.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf
Artikel 56
Artikel 56
Onderdeel van Verordening openbaar voortgezet onderwijs Amstelveen 1989