De docent informeert uit eigen beweging de rector of een daartoe aangewezen persoon (bijvoorbeeld decaan, counsellor, mentor) over de feiten en omstandigheden die de leerlingen en de school betreffen en waarvan hij meent dat de desbetreffende persoon op de hoogte moet zijn. Soortgelijke informatie geeft de rector of de daartoe aangewezene aan de docent.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening openbaar voortgezet onderwijs Amstelveen 1989