Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Onafhankelijk adviseur

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie 2024

1.. Het college wint slechts advies in bij een onafhankelijk adviseur voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2.. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: de aanvraag naar het oordeel van het college kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; de aanvraag naar het oordeel van het college voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 1000,-, of naar het oordeel van het college in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3.. Een onafhankelijk adviseur bestaat uit een of meer deskundigen. 4.. Een onafhankelijk adviseur kan worden benoemd als: vaste adviseur, welke door het college voor een termijn van maximaal vier jaar wordt benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of tijdelijke adviseur met betrekking tot een of meer aanvragen, door het college dat de aanvragen behandelt. 5.. Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in dit artikel bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen. 6.. Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel