Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Werkwijze adviseur

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie 2024

Voor zover het een verzoek om nadeelcompensatie met betrekking tot besluiten op grond van de Omgevingswet ten aanzien van de fysieke leefomgeving betreft: Het college stelt aan de adviseur alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur noodzakelijke bescheiden ter beschikking. De adviseur organiseert (indien gewenst) door partijen één of meerdere hoorzittingen, waar de aanvrager en de ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van het college over de aanvraag aan de adviseur kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. De adviseur is vrij om de hoorzitting in gezamenlijkheid van partijen of separaat van elkaar te organiseren. De adviseur bepaalt het tijdstip waarop de adviseur de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de adviseur met de aanvrager een afspraak gemaakt. Van de in het tweede lid bedoelde hoorzitting en van de in het derde lid bedoelde bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur een beknopt verslag gemaakt van de van belang zijnde aspecten, dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies. Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een digitaal concept daarvan aan het college, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden. De adviseur kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn eenmalig met ten hoogste vier weken verdagen. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk, al dan niet digitaal, hierop te reageren. In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van de in het zevende lid bedoelde termijn een definitief advies uit aan het college, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een definitief advies uit aan het college, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.

Rechtspraak bij dit artikel