Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 1

Artikel 7.4

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving

1.. Voor het maken van een uitweg naar de weg of een verandering in een bestaande uitweg is een omgevingsvergunning nodig. 2.. De omgevingsvergunning wordt verleend als: daardoor het verkeer op de weg niet in gevaar wordt gebracht; het doelmatig gebruik en bruikbaarheid van de weg niet worden aangetast; hierdoor niet onnodig een openbare parkeerplaats in gebruik wordt genomen; het openbaar groen daardoor niet op een manier wordt aangetast die niet goed is; een perceel niet al door een andere uitweg wordt ontsloten en door de aanleg van een tweede uitweg, een openbare parkeerplaats of openbaar groen wordt verwijderd. 3.. Een omgevingsvergunning is niet nodig als over het daarin genoemde onderwerp al iets is geregeld in de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Wegenverkeerswet 1994, de Waterschapsverordening of de Wegenverordening Noord-Holland.

Rechtspraak bij dit artikel