**1..** Voor het exploiteren van een openbare inrichting is een vergunning van de burgemeester nodig.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
**3..** Naast de weigering op basis van de algemene weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.6 houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of gelegen gaat komen;
de soort en grootte van het horecabedrijf;
de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en het levensgedrag van die persoon.
Eventuele gebeurtenissen met geweld, overlast op straat of drugsgebruik in een periode van 6 maanden voor de aanvraag
**4..** Er is geen vergunning nodig voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel zoals bedoeld wordt in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en de activiteiten van de openbare inrichting niet de hoofdactiviteiten zijn van de winkel;
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of – restaurant.
**5..** De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als:
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 3.6 of 8.3, tweede of derde lid.
**6..** De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 2
Artikel 8.3
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving