**1..** De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
de vergunning of ontheffing is gegeven vanuit onjuiste of onvolledige ingeleverde gegevens;
omstandigheden of meningen na verlening van de vergunning of ontheffing zijn gewijzigd, waardoor intrekking of wijziging nodig is om het belang of de belangen van de noodzaak van de vergunning of ontheffing te beschermen;
als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
als van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn of bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn.
als de houder dit verzoekt;
het gebruik van de vergunning of ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat;
**2..** Het bevoegd gezag kan de vergunning of ontheffing in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, zoals bedoeld wordt in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
**3..** In aanvulling op het eerste lid kan het bevoegd gezag een verleende omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen geheel of gedeeltelijk intrekken:
als binnen 26 weken en/of de in de vergunning bepaalde periode, de bouwactiviteiten niet zijn gestart;
als er sprake is van wijziging in wet-, regelgeving of beleid en 26 weken na het onherroepelijk zijn van de verleende vergunning er van de vergunning nog geen gebruik is gemaakt;
als er geen sprake is van wijziging in wet-, regelgeving of beleid en twee jaar na het onherroepelijk zijn van de verleende vergunning er van de vergunning nog geen gebruik is gemaakt;
als de bouwactiviteiten, langer dan 26 weken en/of de in de vergunning bepaalde periode, hebben stilgelegen.
**4..** Voor het intrekken van een omgevingsvergunning geldt de volgende procedure:
Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de reguliere voorbereidingsprocedure:
Belanghebbenden krijgen, voordat een omgevingsvergunning wordt ingetrokken, de gelegenheid om hierover binnen een periode van twee weken hun zienswijzen hierover te geven zoals opgenomen in artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.
De gemeente neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de zienswijzen een besluit over het intrekken van de omgevingsvergunning volgens deze regels.
Het besluit om de omgevingsvergunning in te trekken wordt bekendgemaakt aan vergunninghouder en eventuele derde-belanghebbenden en wordt het op dezelfde manier gepubliceerd als normaal is voor de verlening van gelijkwaardige vergunningen.
Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure:
Voordat een omgevingsvergunning wordt ingetrokken, wordt het ontwerp van het te nemen besluit zes weken ter inzage gelegd. Hiervoor wordt een kennisgeving van het ontwerpbesluit gepubliceerd op dezelfde manier als normaal is voor ontwerpbesluiten over verlening van gelijkwaardige vergunningen.
Belanghebbenden kunnen zowel schriftelijk als mondeling hun zienswijzen over het ontwerp naar voren brengen.
Als er geen zienswijzen zijn ontvangen dan neemt de gemeente binnen vier weken nadat de periode voor het insturen van zienswijzen is afgelopen, het besluit.
Als er wel zienswijzen zijn ingestuurd dan neemt de gemeente het besluit uiterlijk 12 weken na de terinzagelegging zoals opgenomen in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het besluit om de omgevingsvergunning in te trekken wordt bekendgemaakt aan de vergunninghouder, eventueel derde-belanghebbenden, en wordt gepubliceerd op dezelfde manier als normaal is voor de verlening van gelijkwaardige vergunningen.
De vergunninghouder krijgt niet de gelegenheid zijn zienswijzen op het voornemen tot stopzetten van de vergunning in te sturen als er zich een situatie voordoet zoals opgenomen in artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
**5..** In de volgende situaties is sprake van een concreet geval waarvoor een ruimere periode kan worden toegewezen dan gesteld in het derde lid:
De vergunninghouder kan met concrete documenten (geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten) zijn plan tot het starten met het bouwen, aantonen.
De vergunninghouder kan persoonlijke omstandigheden opvoeren. Bijvoorbeeld een sterfgeval of ziekte in de familie, die aantoonbaar tot uitstel van het bouwen hebben geleid. Een ruimere periode wordt alleen toegewezen als de persoonlijke omstandigheid zich niet meer dan 26 weken voor de start van de intrekkingsprocedure heeft voorgedaan, of deze op dat moment nog voortduurt.
**6..** Als binnen de ruimere periode, geen begin is gemaakt met het bouwen dan wordt de betreffende omgevingsvergunning, zonder dat het van te voren is aangekondigd, ingetrokken.