Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4

Artikel 4.14

Molenbiotoop

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving

1.. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de molenbiotoop buiten de bebouwde kom geldt: Binnen 100 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan het onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger worden dan 1/100 van de afstand tussen beplanting en molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. Binnen 100 tot 400 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan 1/100 van de afstand tussen bouwwerk en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger worden dan 1/100 van de afstand tussen beplanting en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek. 2.. In afwijking van het bepaalde in het omgevingsplan kan met omgevingsvergunning in of op deze gronden slechts gebouwd worden als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de molen als werktuig en beeldbepalend element.

Rechtspraak bij dit artikel