In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
Markt
:
De door het college ingestelde warenmarkt (en);
b.
Marktterrein
:
de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek
toegankelijke grond, welke door het college voor het
uitoefenen van markthandel is aangewezen;
c.
Standplaats
:
de op het marktterrein voor de duur van de markt
door het college van burgemeester en wethouders
aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de
markthandel;
d.
Standplaatshouder
:
ieder aan wie door het college van burgemeester en
wethouders is toegestaan om gedurende de markt
een standplaats in te nemen;
e.
Marktmeester
:
de persoon die als zodanig is aangewezen door het
college, die belast is met de algehele leiding en
supervisie over de markt;
f.
Een maand
:
een kalendermaand
Een kwartaal
:
een kalenderkwartaal
Een halfjaar
:
de maanden januari tot en met juni of de maanden
juli tot en met december,
Een jaar
:
een kalenderjaar;
g.
Standwerkersplaats
:
Een verkoopplaats die per marktdag wordt
uitgegeven om daarop te standwerken;
h.
Standwerker
:
een standplaatshouder op een vaste plaats die door
welsprekendheid kopers tracht te lokken;
i.
vaste standplaats
:
standplaats, die voor de duur van 15 jaar is
toegewezen aan een standplaatshouder;
j.
dagplaats
:
standplaats die voor één marktdag ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
k.
Een schriftelijke kennisgeving:
:
een door of namens het college van
burgemeester en wethouders uitgereikt schriftuur,
waarop het verschuldigd marktgeld is aangegeven.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2024