Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4

Achtergrond quickscan / verplichte participatie

Onderdeel van Participatiekader binnen Omgevingswet gemeente Weert

We vinden dat de mate waarin mensen betrokken worden bij een initiatief in verhouding moet staan tot het effect dat een initiatief tot de omgeving kan hebben en onderscheiden daarom vier categorieën (zie bijlage). Hoe hoger het cijfer van de betreffende categorie, hoe groter het effect op de omgeving kan zijn. Daarnaast onderscheiden we drie onderwerpen waarop een initiatief binnen de omgeving effect kan hebben, zijnde: het verkeer (parkeersituatie, verkeersbewegingen, etc.); het groen (kappen en (her)planten van bomen, aanleggen van paden, etc.); de beleving (meer of minder levendigheid, geluid, privacy, bezonning, overlast, etc.). Vervolgens geldt per effect een parameter, waarbij geldt hoe hoger het cijfer hoe groter het effect op de omgeving kan zijn. We onderscheiden per effect de volgende parameters: niet of; nauwelijks of; weinig of; behoorlijk of; zeer groot. Het per effect optellen van de parameters samen met het cijfer van de betreffende categorie geeft een indicatie en die bepaalt of er veel of weinig participatie georganiseerd moet worden. We onderscheiden vier levels van (non-)participatie: Level 0: geen participatie met een indicatie van 0; Level 1: beperkte participatie met een indicatie tussen 1 en 3; Level 2: gemiddelde participatie met een indicatie tussen 3 en 5; Level 3: intensieve participatie met een indicatie van 5 en hoger. Indien er sprake is van level 0 dan heeft participatie geen meerwaarde. De initiatiefnemer dient betrokkenen enkel te informeren. Indien er sprake is van level 1 dan heeft het initiatief weinig effect op de omgeving. Bij dit level dient de initiatiefnemer betrokkenen te informeren en te inventariseren of eventuele zorgen weggenomen kunnen worden. Deze vorm van participatie kan plaats vinden via bijvoorbeeld gesprekken, mails, Whatsappgroep of inloopmomenten. Indien er sprake is van level 2 dan heeft het initiatief effect op de omgeving. Bij dit level dient de initiatiefnemer betrokkenen te laten meepraten en hun belangen mee te wegen. Deze vorm van participatie kan plaats vinden via bijvoorbeeld informatieavonden of enquêtes. Indien er sprake is van level 3 dan heeft het initiatief veel effect op de omgeving. Bij dit level dient de initiatiefnemer betrokkenen te laten meedenken en hunideeën mee te nemen in het initiatief. Deze vorm van participatie kan plaats vinden via bijvoorbeeld werksessies, panels of klankbordgroepen. Bij elke vorm van participatie dient de initiatiefnemer vast te leggen wat de inbreng is geweest, wat er wel of niet mee is gedaan en wat de overwegingen hierbij zijn geweest. We lichten het voorafgaande toe aan de hand van twee voorbeelden. Een initiatiefnemer wil een bepaald gebied in het buitengebied herinrichten ten behoeve van het aanleggen van wandel- en fietsroutes. Hierbij worden bomen verwijderd en herplant. Het initiatief valt onder categorie 4. Het initiatief heeft behoorlijk effect op het verkeer, het groen en de beleving. Rekenvoorbeeld: 4 + 4 + 4 + 4 = 16 : 4 = 4. We komen uit bij level 2: gemiddelde participatie. Een initiatiefnemer wil een bestaand winkelpand verbouwen ten behoeve van tijdelijke bewoning door studenten. Het initiatief valt onder categorie 2. Het initiatief heeft nauwelijks effect op het verkeer, geen effect op het groen en behoorlijk effect op de beleving. Rekenvoorbeeld: 2 + 2 + 1 + 4 = 9 : 4 = 2,25. We komen uit bij level 1: beperkte participatie. Wanneer de activiteit, waarvoor de initiatiefnemer een aanvraag wil indienen, niet valt onder de lijst van activiteiten met verplichte participatie vormt het niveau van participatie een advies.

Rechtspraak bij dit artikel