Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.1

Artikel 4.1.1.2

Resultaatgebieden

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024

Per resultaatgebied wordt hierna een beschrijving gegeven: Resultaatgebied Sociaal en Persoonlijk functioneren Het resultaatgebied Sociaal en Persoonlijk functioneren draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: het plannen, aanleren en organiseren van dagelijkse activiteiten. Hieronder vallen activiteiten zoals het nakomen van afspraken, het hebben van een gezond dag en nacht ritme en een gezonde levensstijl; het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk; het hebben van gezonde relaties met de personen en gezinsleden met wie de cliënt een huishouden deelt. het verlichten van de druk die de mensen in het steunsysteem ervaren in relatie tot de problematiek van de cliënt; maatschappelijk herstel gericht op deelname in de maatschappij. Om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke verkeer is van belang dat een cliënt kan deelnemen aan het “leven van alledag” en de daarvan deel uitmakende wezenlijke sociale contacten kan onderhouden. Het aangaan en onderhouden van sociale contacten zijn van belang om een sociaal isolement te voorkomen. Voor cliënten met beperkingen of met chronische psychische of psychosociale problemen is het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk echter niet altijd vanzelfsprekend. Als een cliënt hierbij beperkingen ondervindt, dienen deze beperkingen te worden verminderd om een sociaal isolement te voorkomen. Om een cliënt hierbij te ondersteunen heeft de gemeente diverse mogelijkheden beschikbaar die voorgaan op de inzet van een maatwerkvoorziening, zie de overzichten met algemene voorzieningen en algemeen gebruikelijke diensten in paragraaf 3.6. Resultaatgebied Financiën Ondersteuning binnen het resultaatgebied Financiën richt zich op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: het op orde krijgen en houden van administratie; het organiseren van adequaat financieel beheer; het toe leiden naar voorliggende voorzieningen met betrekking tot de financiën (om stabiliteit te behouden). Op het gebied van hulp bij de financiën en de thuisadministratie zijn er diverse oplossingen beschikbaar die voorgaan op de inzet van begeleiding, zie hiervoor de overzichten met algemene voorzieningen en algemeen gebruikelijke diensten in paragraaf 3.6. Resultaatgebied Huisvesting Ondersteuning binnen het resultaatgebied Huisvesting kan onder meer gericht zijn op: het aanleren van sociale woonvaardigheden (goede omgang met buren); het niet geven van overlast; het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen. Het aanleren van woonvaardigheden is een gerichte actie en betreft vooral cliënten die zelfstandig gaan wonen vanuit onder andere het ouderlijk huis, beschermd wonen of een dakloze situatie. Daarnaast kan het resultaatgebied Huisvesting (veelal tijdelijk) in de volgende situaties worden ingezet: dreigende uithuiszetting. Bijvoorbeeld door overlast gevend gedrag in de woonomgeving; voor het bewoonbaar maken van de woning, zoals ondersteunen bij het regelen van de inrichting omdat iemand dit vanwege zijn beperking niet zelf kan overzien en nu bijvoorbeeld op de kale betonvloer woont. Resultaatgebied Dagbesteding Het resultaatgebied Dagbesteding draagt ertoe bij dat de cliënt op zinvolle wijze de dagen kan invullen met ondersteuning. Dagbesteding kent verschillende vormen van ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan groepsactiviteiten, maar ook het toe leiden naar vrijwilligerswerk. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: het ontwikkelen van vaardigheden van de cliënt die de mogelijkheden om te participeren binnen de samenleving vergroot; waar mogelijk de cliënt toe leiden naar andere mogelijkheden voor een zinvolle dagbesteding; het bieden van een dagprogramma/dagbesteding waaraan cliënten kunnen deelnemen als zij niet in staat zijn om zelfstandig hun dag in te vullen; het ontlasten van de mantelzorger. Afbakening met andere wetten Zorgverzekeringswet (Zvw): dagbehandeling valt onder de verantwoordelijkheid van de Zvw. Bij dagbehandeling staat niet de begeleiding maar de behandeling centraal. Participatiewet: als de Wmo cliënt een inkomensvoorziening vanuit de Participatiewet ontvangt, dan kan mogelijk ook recht bestaan op een re-integratievoorziening in de vorm van dagbesteding. Deze vorm van dagbesteding valt dan onder de Participatiewet. Als de cliënt een uitkering op grond van de WW, Ziektewet, WA, WAO, WAZ of Wajong ontvangt, bestaat mogelijk ook aanspraak op een re- integratietraject vanuit deze wetten. Het UWV voert deze re-integratietrajecten uit voor werklozen, langdurig zieken en mensen met een arbeidsbeperking. Ondersteuning vanuit een re-integratietraject kan o.a. bestaan uit scholing of een proefplaatsing bij een werkgever. Als de cliënt hier aanspraak op kan maken, dan gaat dit voor op een maatwerkvoorziening. Resultaatgebied Gezondheid Het resultaatgebied Gezondheid draagt ertoe bij dat de cliënt aandacht heeft voor zijn gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: ondersteuning bij persoonlijke verzorging; het bewust worden van de consequenties van de gezondheidssituatie voor de cliënt en het cliëntsysteem; het intrinsiek motiveren om de gezondheidssituatie van de cliënt te verbeteren; motiveren tot leefstijlinterventies en gezond gedrag; toe leiden naar een vorm van behandeling. Cliënten kunnen aanspraak maken op ondersteuning bij de persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 wanneer de behoefte aan persoonlijke verzorging samenhangt met de behoefte aan begeleiding. Persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 kan dan bestaan uit hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, die gericht zijn op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. Hierbij is fysieke aanwezigheid van de begeleider vereist. Afbakening met andere wetten Zie hiervoor in de eerste plaats paragraaf 3.7. Persoonlijke verzorging kan zowel vanuit de Zvw als vanuit de Wmo 2015 worden geboden. Persoonlijke verzorging wordt vanuit de Zvw geboden als sprake is van een behoefte aan geneeskundige zorg of een verhoogd risico hierop. De wijkverpleegkundige beoordeelt of hier sprake van is. Het vereiste “of een hoog risico daarop” is de basis voor de inzet van persoonlijke verzorging bij mensen, bijvoorbeeld op een hoge leeftijd, die nog niet direct behoefte hebben aan geneeskundige zorg, maar wel een hoog risico hebben hieraan behoefte te krijgen. De (wijk)verpleegkundige heeft de ruimte om, op basis van de professionele afweging, persoonlijke verzorging in te zetten in een situatie waar nog geen sprake is van dominante medische problematiek. Als de Wmo consulent vermoedt dat een cliënt in aanmerking komt voor persoonlijke verzorging vanuit de Zvw, dan vindt hierover afstemming plaats met de wijkverpleging.

Rechtspraak bij dit artikel