Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 2.. Het Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; het verloop van de grondvoorraad; de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; 3.. Via een afzonderlijke meerjarenprognose grondbeleid (MPG) doen burgemeester en wethouders verslag van: een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting; een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert; een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie; een onderbouwing van de geraamde winstneming; de beleidsuitgangspunten betreffende de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken; huidige vastgoedpositie; de aan- en verkoop van vastgoed; de deelname in PPS-constructies; de geraamde kosten en opbrengsten per in ontwikkeling genomen project. 4.. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.

Rechtspraak bij dit artikel