Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10. › Paragraaf 10.5

Artikel 10.5.4

Fietsvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024

Bijzondere fietsen kunnen voor verstrekking in aanmerking komen. Denk bijvoorbeeld aan een driewielfiets en een ouder-kind tandem. Driewielfietsen worden speciaal gebruikt door de cliënt met beperkingen op evenwichtsgebied of een gestoorde motoriek. Dergelijke beperkingen maken het gebruik van een normale fiets (al dan niet met hulpmotor) onmogelijk of ten minste onveilig. Een normale kinderdriewieler voor kinderen tot 4 jaar wordt in ieder geval als algemeen gebruikelijk beschouwd en komt daarom niet voor verstrekking in aanmerking. Heeft het verstrekken van een fietsvoorziening een therapeutisch doel (in beweging blijven of afvallen), dan heeft het verstrekken daarvan een therapeutisch karakter en valt in principe niet onder de ondersteuningsplicht van het college (CRVB:2013:BZ1741). Stalling Het stallen van vervoersvoorzieningen, zoals een scootmobiel of fietsvoorziening, moet op een adequate wijze gebeuren. Het college onderzoekt of de cliënt zelf mogelijkheden heeft om hier zorg voor te dragen, door bijvoorbeeld herinrichten of opruimen van de beoogde (stallings)ruimte (CRVB:2016:429). Dat behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Heeft de cliënt geen mogelijkheden tot het stallen van de scootmobiel en de stalling is niet algemeen gebruikelijk (zie hoofdstuk 3.3.4) dan valt het realiseren daarvan onder de ondersteuningsplicht van het college. Een adequate stallingruimte wil zeggen dat de scootmobiel of fietsvoorziening droog staat in een afgesloten ruimte. Dit om beschutting te bieden tegen weersinvloeden, diefstal en vernieling. In de stallingsruimte kan ook een oplaadpunt nodig zijn (valt ook onder de ondersteuningsplicht van het college). Verstrekkingsvormen vervoersvoorzieningen Zorg in natura Vervoersvoorzieningen worden via gecontracteerde leveranciers in bruikleen verstrekt. De kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering zijn inbegrepen bij de verstrekking in natura. Er dient een bruikleenovereenkomst te worden ondertekend door zowel de cliënt als het college. Wanneer de passende oplossing niet binnen de door de gemeente gesloten contracten valt, kan de maatwerkvoorziening bij de gecontracteerde leverancier (of als dit niet mogelijk is in een uitzonderlijke situatie bij een andere niet-gecontracteerde leverancier) worden ingekocht en in natura worden geleverd. Bij voorzieningen waarvoor geen overeenkomst is afgesloten blijkt de goedkoopst adequate oplossing uit een door het college goedgekeurde offerte voor aanschaf en instandhoudingskosten De voorziening wordt in bruikleen verstrekt bij levering door een gecontracteerde leverancier en de voorziening wordt in uitzonderlijke situaties in eigendom verstrekt bij levering door een niet-gecontracteerde leverancier. Hoogte pgb De hoogte van het pgb voor de aanschaf en instandhoudingskosten van een voorziening is vastgesteld op basis van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura. De tarieven voor de aanschaf en de instandhoudingskosten zijn vastgesteld in het Financieel besluit zie hoofdstuk 5.2 Financieel besluit). Wanneer het factuurbedrag lager ligt dan het maximale pgb bedrag, wordt een pgb ter hoogte van de werkelijke kosten van de voorziening uitbetaald. Duur van de toekenning De voorziening in de vorm van pgb wordt toegekend voor een periode welke gelijk is aan de technische levensduur conform contractafspraken gecontracteerde leveranciers. De technische levensduur voor vervoersvoorzieningen is vastgesteld op zeven jaar; voor kindervoorzieningen is de technische levensduur vastgesteld op vijf jaar. Als de voorziening tussentijds niet blijkt te voldoen en er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden, kan er geen beroep worden gedaan op een vervangende voorziening. Vervanging pgb voorziening De melding van een hulpvraag kan gericht zijn op het vervangen van een eerder met een pgb aangeschaft hulpmiddel. Het gaat om situaties waarbij de budgetperiode (technische levensduur) is verstreken. In die gevallen geldt het volgende uitgangspunt. Voldoet de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorziening nog aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen, dan beoordeelt het college of het verstrekken van een pgb voor instandhoudingskosten als goedkoopst passende bijdrage kan worden aangemerkt. In de praktijk gaat het om maatwerkvoorzieningen die technisch nog niet zijn afgeschreven. Omzetting pgb in voorziening in natura Een omzetting van het pgb in een voorziening in natura is niet mogelijk nadat het pgb reeds is besteed aan een voorziening. De cliënt moet wachten met het doen van een nieuwe aanvraag, totdat de budgetperiode is verstreken.

Rechtspraak bij dit artikel