Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13. › Paragraaf 13.6

Artikel 13.7.1

Kwaliteitseisen (huishoudelijke) ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024

De kwaliteitseisen die gelden voor de door het college gecontracteerde aanbieders zijn ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen in pgb. In artikel 9.2 lid 2 van de verordening is het onderscheid tussen formele en informele ondersteuning opgenomen. Kwaliteitseisen formele ondersteuning In het geval van een formele ondersteuner voor (huishoudelijke) ondersteuning beoordeelt het college in ieder geval of wordt voldaan aan de volgende zaken: de ondersteuning sluit aan bij de beperkingen die de cliënt ondervindt; de ondersteuning sluit aan op het ondersteuningsplan en pgb-plan; de ondersteuner dient te beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) specifiek voor de betreffende functie. Deze verklaring mag niet eerder zijn afgegeven dan 3 maanden voor de in diensttreding bij de zorgaanbieder of in de situatie van een Zelfstandige zonder personeel niet eerder dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag van de ondersteuning; de ondersteuner werkt conform de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling; de ondersteuner moet kunnen aantonen conform de wet om te gaan met privacy en de uitwisseling van (gevoelige) persoonsgegevens. de ondersteuner stelt samen met cliënt een zorgplan op waarin wordt vastgelegd op welke wijze er gewerkt wordt aan het behalen van de resultaten uit het ondersteuningsplan en pgb-plan. Aanvullende kwaliteitseis voor individuele en groepsgerichte ondersteuning. de ondersteuner beschikt over een relevante opleiding voor de betreffende functie. In onderstaande tabel is aangegeven welk diploma minimaal per ondersteuningsbehoefte en bijbehorend ondersteuningsniveau is vereist. A B C Ondersteuningsbehoefte 1 MBO 3 MBO 3 MBO 4 Ondersteuningsbehoefte 2 MBO 4 MBO 4 MBO 4 Kwaliteitseisen informele ondersteuning Als een inwoner het pgb wil inzetten voor informele ondersteuning dan moet de inwoner dit in zijn budgetplan gemotiveerd aangeven. Het is belangrijk dat de informele ondersteuner geen druk op de inwoner heeft uitgeoefend bij de besluitvorming. In het geval van een informele ondersteuner voor (huishoudelijke) ondersteuning beoordeelt het college in ieder geval of wordt voldaan aan de volgende zaken: de ondersteuner moet in het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan 12 maanden. Uitgezonderd hiervan zijn bloed- en aanverwanten van de budgethouder tot in de tweede graad. Het moet gaan om een VOG Natuurlijke Personen met algemeen screeningsprofiel; de ondersteuner dient de privacy van de cliënt te respecteren en vertrouwelijk om te gaan met informatie van cliënt en diens persoonlijke situatie; de ondersteuner dient de grenzen van het eigen kunnen en bevoegdheden in te kunnen schatten en aan te geven wanneer formele ondersteuning nodig is; de ondersteuner dient aan te gegeven dat de ondersteuning aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt. de ondersteuner stelt samen met cliënt een zorgplan op waarin wordt vastgelegd op welke wijze er gewerkt wordt aan het behalen van de resultaten uit het ondersteuningsplan en pgb-plan. Professionele distantie Het college beoordeelt of er sprake is van voldoende professionele distantie tussen de informele hulpverlener en de cliënt. Dat wil onder meer zeggen dat het niet de bedoeling is dat de ‘betrokken partijen’ aan elkaar hechten. Afhankelijk van de mate van de beperkingen van de cliënt kan deze professionele distantie een belangrijke rol spelen bij het behalen van het resultaat dat met de ondersteuning moet worden bereikt. Zo kan te veel emotionele betrokkenheid van de ondersteuner een negatief effect hebben op de relatie tussen cliënt en ondersteuner. De cliënt kan ook (te) afhankelijk worden van de ondersteuner. Ook kan het voorkomen dat de beoogde ondersteuner al (te) lang betrokken is bij de cliënt, zijn gezin en/of personen uit het sociaal netwerk. Dat kan de professionele kijk op de cliënt vertroebelen. Ook in die gevallen zal het college moeten beoordelen of nog gesproken kan worden van voldoende professionele distantie met het oog op de kwaliteit van de ondersteuning. Doeltreffend pgb Bij het beoordelen van de kwaliteit van de via een pgb in te kopen ondersteuning speelt ook een rol of de in te kopen maatwerkvoorziening doeltreffend wordt verstrekt. Onder doeltreffend wordt verstaan ‘waarmee het doel wordt bereikt’. Hieruit volgt ook dat de met het pgb in te kopen ondersteuning effectief moet zijn om dat doel te bereiken. Het uitgangspunt van de Wmo 2015 is om inwoners te ondersteunen in het versterken van hun zelfredzaamheid, voor zover dat mogelijk is. Eenvoudig gezegd: iemand leren zichzelf te helpen. De vraag is of een persoon uit het sociaal netwerk in staat is, gelet op de directe relatie, om de zelfredzaamheid van de cliënt te versterken door hem iets aan te leren. Het kan aannemelijk zijn dat het aanleren van activiteiten meer kans van slagen heeft als de ondersteuning wordt geboden door een formele ondersteuner die juist niet in directe relatie met de cliënt staat. Onafhankelijk deskundige De gemeente schakelt eventueel een onafhankelijk deskundige in die een oordeel geeft over de kwaliteit van de informele ondersteuning die verstrekt wordt uit het pgb. Hierbij wordt de vraag gesteld of de ondersteuning die wordt ingezet ook datgene biedt wat de cliënt nodig heeft om aan de gestelde doelen te werken. Het pgb-proces Als aan de voorwaarden voor een pgb is voldaan en de cliënt de beschikking heeft ontvangen, moet de cliënt samen met de ondersteuner in een zorgovereenkomst de gemaakte afspraken over de ondersteuning vastleggen. De cliënt moet gebruik maken van de modelovereenkomst van de SVB. Deze overeenkomst wordt arbeidsrechtelijk getoetst door de SVB. Het college controleert de zorgovereenkomst inhoudelijk. In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten het pgb uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb stort op de rekening van De Sociale verzekeringsbank (SVB). De cliënt laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren ondersteuning zijn geleverd. De SVB zorgt voor uitbetaling aan de ondersteuner. Om zorg te dragen dat pgb-uitgaven gecontroleerd kunnen worden is het niet mogelijk om met een vast maandloon te werken. Van de ondersteuner wordt verwacht dat hij zijn gewerkte uren declareert bij de SVB. De niet bestede pgb-bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Het te veel uitbetaalde budget wordt teruggevorderd na bijvoorbeeld overlijden, verhuizing buiten de gemeente of overgang naar de Wlz.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel