Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.1

Resultaten

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024

Schoon en leefbaar huis Een huis is schoon en leefbaar als het voldoet aan de normale hygiëne-eisen. Schoon staat voor het borgen van een basishygiëne. Daarbij moet vervuiling van het huis en de gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor een opgeruimd en functioneel huis, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Bij de basistaken van 125 minuten per week wordt uitgegaan van een “gemiddelde situatie”: een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen; wonend in een zelfstandige woning, gelijkvloers of met trap; de cliënt kan de woning dagelijks zelf op orde houden, zodat deze gereed is voor de schoonmaak (bijvoorbeeld het aanrecht afnemen, opruimen); de cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf de basistaken uit te voeren; er is geen hulp van mantelzorgers, het netwerk of vrijwilligers; er is geen sprake van gebruikelijke hulp; de cliënt heeft geen beperkingen of belemmeringen die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. Woonruimten De basisvoorziening huishoudelijke ondersteuning voorziet in een leefbaar huishouden. Dit betekent niet dat alle woonruimten wekelijks schoongemaakt moeten worden. De basisvoorziening heeft betrekking op de woonruimten die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. En die daadwerkelijk in gebruik zijn. In principe zijn dit de volgende woonruimten: woonkamer; slaapkamer(s), in gebruik bij de cliënt en zijn huisgenoten; badkamer; toilet; keuken; verkeersruimten (hal, overloop); trap, indien één van de hierboven genoemde ruimten zich op een andere etage bevinden. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon etc.) maakt geen onderdeel uit van de huishoudelijke ondersteuning. De basisindicatie kan worden aangepast wanneer er sprake is van extra kamers, wanneer deze daadwerkelijk structureel in gebruik zijn. Het verschil hierbij is de tijd die wordt gerekend wanneer een extra kamer wel of niet in gebruik is. Is de ruimte wel in gebruik? Dan wordt er onderscheid gemaakt tussen een slaapkamer en overige ruimtes. Extra inzet Er kan zich een noodzaak voordoen voor enige extra inzet of veel extra inzet. Het gaat dan om situaties waarin door beperkingen of belemmeringen van de cliënt extra goed of extra vaak moet worden schoongemaakt. Daarbij valt te denken aan: medische beperkingen waardoor de woning extra schoon moet zijn (bijvoorbeeld door allergieën of COPD); medische of fysieke beperkingen die leiden tot een snellere vervuiling van het huis (bijvoorbeeld door incontinentie, overmatig zweten, specifieke medicijnen met lichamelijke reacties, rolstoelgebruik binnen-buiten en dergelijke); kind(eren) jonger dan 12 jaar. Het inzetten van extra huishoudelijke ondersteuning dient objectief (medisch) aantoonbaar te zijn. De extra inzet is qua activiteiten gelijk aan de basisvoorziening. Over het algemeen zal alleen de frequentie van (enkele) activiteiten verschillen met de basisvoorziening. Dit leidt mogelijk tot extra tijd voor de basisactiviteiten. Het college stelt vast of er sprake is van een overstijgende ondersteuningsvraag van de cliënt. Daarbij is geen vaste frequentie te noemen, omdat dit per persoon verschillend kan zijn. Het gaat dus echt om maatwerk. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Is er uitbreiding noodzakelijk vanwege enige extra inzet van huishoudelijke taken? Dan kan tot 30 minuten extra tijd worden ingezet. Is er een tweede bezoek/werkmoment noodzakelijk? Vanwege extra vaak of extra goed schoonmaken? Dan kan tot 60 minuten extra tijd worden ingezet. Tot 30 minuten extra kan aan de orde zijn bij kind(eren) jonger dan 12 jaar. Wanneer er een extra kamer in gebruik is als slaapkamer, dan vergt dat 18 minuten per week extra zoals genoemd in het normenkader. Voor kamers die niet als slaapkamer worden gebruikt, wordt er maximaal 5 minuten ingezet. Een logeerkamer die (zeer)incidenteel wordt beslapen kan in principe door de logé weer schoon worden opgeleverd. Huisdieren De aanwezigheid van huisdieren is in het algemeen geen aanleiding voor het toekennen van een aanvullende indicatie. De gevolgen hiervan voor het leefbaar houden van het huishouden en het zoeken naar oplossingen hiervoor behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Dit is anders wanneer er een bijzondere reden is waarom er een huisdier aanwezig is. Denk aan een hulphond of een blindengeleidehond. De verzorging van het dier valt buiten de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Schematische weergave: Wasverzorging Ondersteuning bij wasverzorging kan worden ingezet als een cliënt het niet lukt om zijn kleding, linnen- of beddengoed zelfstandig op orde en schoon te houden en de was- en strijkservice geen passende oplossing biedt. Hierbij wordt er ook vanuit gegaan dat de cliënt extra was probeert te voorkomen door bijvoorbeeld het gebruik van incontinentiemateriaal. Het resultaat van de ondersteuning wasverzorging is dat de cliënt beschikt over schone en draagbare kleding en schoon linnen- en/of beddengoed. Voor het bepalen van de tijdbesteding van de activiteiten die vallen binnen het wassen en strijken, is door bureau HHM gebruik gemaakt van de observatiegegevens uit het onderzoek in de gemeente Amsterdam dat door bureau HHM en KPMG Plexus gezamenlijk is uitgevoerd. Voor het bepalen van de frequenties van de activiteiten is gebruik gemaakt van de uitkomst van het onderzoek in Twente onder de huishoudelijke hulpen van de aanbieders. Dat heeft geresulteerd in de volgende uitgangspunten: wasverzorging één persoonshuishouden 35 minuten per week wasverzorging twee persoonshuishouden 43 minuten per week strijken1Strijken wordt over het algemeen niet meer geïndiceerd. Hier zijn in de vorm van strijkvrije kleding voorliggende oplossingen voor beschikbaar. Indien noodzakelijk kan in individuele gevallen hiervan worden afgeweken. (1 of 2 personen) 20 minuten per week Er kunnen factoren zijn waardoor er meer hulp bij de wasverzorging noodzakelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan: Thuiswonende kinderen jonger dan 16 jaar; Bedlegerigheid; Extra bewassing i.v.m. overmatige transpireren, incontinentie, etc. Meer inzet is dan mogelijk. Indien de cliënt gebruik kan maken van de algemene voorziening (was- en strijkservice) voor wasverzorging, maar wel problemen ondervindt bij het klaarzetten en opruimen van de was kan 10 minuten geïndiceerd worden voor ondersteuning in deze activiteiten. Schematische weergave: Regie Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden. Er kan dan 30 minuten per week extra geïndiceerd worden. Dit is als de hulp aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van een cliënt extra tijd nodig is. Is de cliënt niet in staat de hulp te instrueren? Dan wordt hiervoor geen extra regie ingezet. Van de hulp mag verwacht worden dat deze zelfstandig de werkzaamheden kan plannen. Het geven van advies, instructies en voorlichting in het huishouden heeft betrekking op het aanleren van praktische vaardigheden in het huishouden aan een cliënt. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en de cliënt heeft nooit geleerd het huishouden uit te voeren. Er kan dan tijdelijk extra tijd huishoudelijke ondersteuning worden toegekend om de praktische uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden aan te leren. Dit is dus altijd tijdelijk (tussen de 3 en 6 maanden) waarna een evaluatie plaatsvindt. Deze extra inzet is te onderscheiden van Wmo-begeleiding. Is de cliënt niet meer leerbaar en betreft het enkel overname van de huishoudelijke taken? Dan wordt er geen regie ingezet. Advies-instructie-voorlichting betrekking heeft op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktische vaardigheden in het huishouden aan een cliënt. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en de cliënt heeft zelf nooit geleerd het huishouden uit te voeren. Er kan dan tijdelijk extra tijd huishoudelijke ondersteuning worden toegekend om de praktische uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden aan te leren. Dit is dus altijd tijdelijk (tussen de 3 en 6 maanden) waarna een evaluatie plaatsvindt. Deze extra inzet is te onderscheiden van Wmo-begeleiding. Is de cliënt niet meer leerbaar en betreft het enkel overname van de huishoudelijke taken? Dan wordt er geen regie ingezet. Maaltijdverzorging Ondersteuning bij de maaltijden kan (gedeeltelijk) vallen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015, de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw). Bij de maaltijdvoorziening zijn een vijftal handelingen te onderscheiden: bereiden van de maaltijd; bijvoorbeeld 2x per dag brood klaarmaken en 1x per dag (magnetron) maaltijd klaarmaken/opwarmen; klaarzetten van de maaltijd, zodat de cliënt erbij kan om het eten op te eten; aansporen van de cliënt en eraan herinneren te eten; toezien dat de cliënt eet; toedienen van de maaltijd. Het (voor)bereiden van maaltijden en het eventueel begeleiden (stimuleren of herinneren) bij de maaltijden valt mogelijk onder de Wmo 2015. Ondersteuning bij maaltijden kan worden ingezet als het een cliënt niet lukt om zelfstandig de benodigde dagelijkse maaltijden te bereiden. Deze ondersteuning bestaat uit activiteiten die moeten worden verricht om het resultaat “beschikken over benodigde dagelijkse maaltijden” te bereiken. Op grond van de Wmo 2015 kan er ondersteuning bij de maaltijd worden ingezet als de cliënt dit nodig heeft om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Daarbij wordt er wel eerst gekeken naar (voorliggende) oplossingen. Dan hoeft de gemeente op grond van gebruikelijke hulp geen ondersteuning te bieden. Mogelijke oplossingen: voorliggende voorzieningen. Denk aan een kant- en klaar maaltijd, mee-eten bij een welzijnsvoorziening, maaltijdbezorging aan huis etc.; huisgenoot is in staat de maaltijd klaar te zetten en/of op te warmen; de client kan op eigen kracht of met ondersteuning van de mensen om hem heen een maaltijd verzorgen. Of een buurtgenoot is in staat een maaltijd klaar te zetten of op te warmen; de client heeft een Wlz indicatie. Dan valt de ondersteuning bij de maaltijden onder de Wlz; vanuit een Zvw-aanbieder wordt ondersteuning bij de maaltijd geleverd. Als een cliënt niet (meer) in staat is zelf of met hulp van de omgeving maaltijden te verzorgen en voorliggende voorzieningen niet of onvoldoende de noodzakelijke oplossing biedt, kan deze module door de gemeente worden ingezet. De kosten voor de aanschaf van de maaltijden c.q. de maaltijdvoorziening komen ten laste van de cliënt. Voor zowel de warme maaltijd als ook twee broodmaaltijden kan maximaal 20 minuten per dag worden gerekend. Zorg voor minderjarige kinderen Het zorgen voor kinderen is een taak van ouders en/of verzorgers. Dat geldt ook voor ouders die door een beperking niet in staat zijn voor hun kinderen te zorgen. Uitgangspunt is hierbij dat bij uitval van één van de ouders, de andere ouder deze zorg waar mogelijk overneemt. Of er wordt gekeken wat in eigen netwerk de mogelijkheden zijn. Een eventuele maatwerkvoorziening is er voor ouders die door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor minderjarige kinderen. De ondersteuning is dus per definitie tijdelijk, in afwachten van een structurele oplossing. Overzicht activiteiten Zorg voor kinderen op grond van de normen uit het CIZ-protocol. Het HHM normenkader biedt geen tijdsaanduiding voor wat betreft zorg voor kinderen. Dit is echt maatwerk. Om toch een richtlijn te geven aan de activiteiten versus de tijdsbesteding volgen wij hierin het CIZ-protocol: Activiteiten Frequentie Maximale tijdsbesteding in minuten per activiteiten per kind Activiteiten Frequentie Maximale tijdsbesteding in minuten per activiteiten per kind Naar bed brengen/uit bed halen Dagelijks 10 minuten per keer per kind Wassen en kleden Dagelijks 30 minuten per dag per kind Eten en/of drinken geven Dagelijks 20 minuten (broodmaaltijd) of 25 minuten (warme maaltijd) Babyvoeding (flesje/borstvoeding) Dagelijks 20 minuten per keer per kind Luier verschonen Dagelijks 10 minuten per keer per kind Naar school/crèche brengen/halen Dagelijks 15 minuten per gezin Factoren voor meer hulp Als opvang noodzakelijk is2 Er wordt eerst gekeken naar andere mogelijkheden. Bijv. een sociaal medische indicatie (SMI) of opvang kinderdagverblijf. Dagelijks Tot 40 uur per week

Rechtspraak bij dit artikel